Kennismaking met Centraal Azië
Pizza Margarita en Döner Kebab zijn de eerste woorden die we ontcijferen uit het Cyrillische schrift. Het ziet eruit en klinkt ons als abracadabra in de oren en alleen door het
letter voor letter te spellen komen we tot een basisvoorraadje nuttige woorden. Benzin is snel duidelijk, net als Magazin voor het verkrijgen van voedsel en
Apteka, waarvan wij hopen dat we die niet nodig zullen hebben tijdens onze ronde langs het Isy-Kul meer. Wat zoeken we hier eigenlijk precies? Dat vraagt ook de eerste Kazach die we spreken
zich af als we ons buiten het terrein van de luchthaven begeven. Avontuur, natuur, landschap, mensen, ex-communisme, stoer fietsen of lekker eten? Om dit verhaal kort te maken, we vinden het
allemaal, behalve het goede eten. Kazachstan en Kirgizië zijn niet de eerste landen op je lijstje als je op zoek bent naar een ontspannen vakantie. Er is hier nauwelijks toerisme, de
taalbarrière is enorm en het landschap is woest. De bergen zorgen voor een geweldig uitzicht, maar zullen ons ook veel moeite kosten om te doorkruisen. Maar mijn grootste angst is eigenlijk:
wat is een mensenleven waar hier in deze voormalige Russische republieken? Natuurlijk stelden we onze familie en vrienden gerust toen ze allemaal net iets nadrukkelijker dan voor onze vorige
reizen zeiden dat we goed op moesten passen. Ons vertrouwen is afkomstig van de goede voorbereiding, onze uitrusting en de ervaring die we opdeden tijdens onze eerdere reizen. We weten dat
dingen die je vooraf verwacht mis te gaan dat meestal niet doen en dat wat wél fout gaat op één of andere manier weer zal worden opgelost.
Asy plateau
Krakend en piepend komen we tot stilstand. Mark gebaart á la Michael Boogerd "'t Nekkie is eraf ". We begonnen in Kazachstan met 60 km redelijk vlak fietsen en 450 meter klimmen in de kloof langs de
rivier de Türgen, die naast ons naar beneden raast als we onze tent opzetten langs de weg.
We kunnen elkaar niet verstaan van de herrie. De weg gaat over in een nauwe kloof en net als de Slow Food trend in het koken ervaren we iets dat je Slow Holiday zou kunnen noemen.
Het is een mix van een verbazingwekkend mooi landschap, een onverharde weg met 20% omhoog of omlaag en een zwaar bepakte tandem en betekent niets meer dan langzaam omhoog lopen naast de fiets.
Maar niet voor niets, want als we de Jailoo bereiken (een soort Alp) zien we de eerste Yurt (traditionele nomadische tent) en het uitzicht is overweldigend.
Ons oorspronkelijke plan is om door de bergen naar Kirgizie te gaan, maar het lijkt ofwel onmogelijk vanwege de zware beklimmingen en slechte
wegen ofwel illegaal, omdat er geen officiële grenspost bestaat. Dit betekent dat we om de bergen heen zullen moeten, over de hete steppes van Kazachstan. Van het Asy plateau afdalen
blijkt nog moeilijker dan erop komen, er is nauwelijks sprake van een weg en er is geen water meer te vinden. Stevig klimmen wordt gevolgd door een echte down hill in de richting van het meer,
de temperatuur stijgt tot boven de 40 graden en er is nu alleen nog zand. Een vrachtwagen rijdt ons achterop en ik grijp mijn kans en vraag in gebarentaal of onze fiets en wij in de truck mogen.
Dat is het begin van een mooie ontmoeting met een Kazachs gezin inclusief schaap, al zittend in de bak van de vrachtwagen.
Om richting Kirgizië te komen fietsen we in alle vroegte door de Charyn kloof zonder dat we kunnen voorkomen dat de thermometer 42 graden aangeeft. Het asfalt smelt weg, maar na twee dagen,
ongeveer twintig 12% stijgingspercentage borden (andere percentages blijken hier niet te bestaan of komen niet in de voorraad borden voor) en twee keer zo veel bochten in de weg, bereiken we
het grind dat ons naar Kirgizië zal leiden.
Kirgizië
Na 8 dagen fietsen en kamperen stinken we behoorlijk als we in de regen aankomen in de tweede stad van Kirgizië. Na Karakol rijden we eindelijk langs het meer dat het middelpunt van onze route vormt.
In een Yurt kamp ten zuiden van Tosor slapen we op het strand in onze eigen privé Yurt met fietsparkeerplaats en schuiven aan bij het hele gezin en alle gasten voor de thee. En dat is niet zomaar
een kopje thee, maar bijna een volledige maaltijd met de traditionele thee, maar ook brood, jam, snoepjes, geitenkaasjes en nog veel meer. Een vriend van de familie blijkt politiek actief en geeft
ons inzicht in de 'democratie' van het land. Zeer interessant, maar nog een lange weg te gaan.
Het uitzicht op de Tosorpas is spectaculair, op 3500 m hoogte zien we sneeuw op de 5 tot 6 duizend meter hoge toppen om ons heen. De rivier slingert zich door de vallei en zal onze gids zijn voor de komende
drie dagen tot aan Naryn. We kruisen ongeveer elk half uur een zijstroompje, sommige kunnen we doorfietsen maar andere niet dus worden we heel handig in het aan en uittrekken van de schoenen en
sokken. De vallei lijkt onbewoond, we zien twee dagen lang geen yurts of huizen. De enige mensen die we ontmoeten zijn collega-fietsers die de andere kant op gaan, ongeveer 2 per dag, dat is dan
weer meer dan we verwacht hadden. We zijn gewaarschuwd dat we ook een diepe rivier moeten oversteken, zo diep dat zelfs sommige fietsers (met name recent nog een Nederlandse fietser wordt ons
verteld) zich ter plekke hebben omgedraaid en zijn terug gereden. We willen niet terug! Als we de rivier bereiken is het niet de diepte die ons afschrikt, maar de kracht waarmee het water stroomt.
Als je hier in valt, wordt je door het ijskoude water meegesleurd naar de hoofdrivier onderin de vallei. De weg gaat over van een brede vallei in een smalle kloof. Het uitzicht blijft spectaculair, de wegen nog steeds
ruig en rustig. Sommige van de bruggen hebben sinds het einde van het Sovjet-tijdperk geen onderhoud meer gezien en durven we nauwelijks te passeren. Na drie dagen en een flinke fietsreparatie (achterdrager is van de bevestiging afgescheurd) bereiken we Naryn, gelegen op het kruispunt met de weg
naar Kashgar in China via de Torugartpass, al zit die deze reis niet in de planning. De enige toeristische attractie die dit land rijk is, Tash Rabat, is een uitstapje deze richting op wel waard.
Het is een herberg op 3500 m hoogte, gebouwd voor reizigers op de zijderoute. Je voelt de veilige sfeer in de meters dikke muren.
In het gastenboek van de plaatselijke VVV in Naryn staat tot onze verrassing ene Frank van Rijn slechts 2 dagen voordat wij hier aankwamen. We wisten niet dat hij hier ook was. Een paar
puzzelstukjes vallen op zijn plaats en we komen erachter dat hij waarschijnlijk de Nederlandse fietser was die omgedraaid is bij de grote rivierkruising.. zijn wij nu ergens geweest waar hij
niet kwam?
Naryn naar Son Kul
We verlaten Naryn in de richting van Son Kul. Dit bergmeer is beroemd om zijn uitzicht en behoort tot de hoogtepunten van elke reis in Kirgizië hebben we gehoord. Na een paar uur verlaten we de grote weg en
draaien recht omhoog de bergen in. Binnen 5 minuten zijn alle geluiden van de weg weggestorven en rijden we weer in een groene en stille vallei. Net om de hoek van onze kampeerplaats ligt iets wat ons al enige tijd zorgen baart. Deze weg heet de "32" en drie keer raden waarom? Hij heeft 32 haarspeldbochten en niet voor niets, want het is
een klim van 500 hoogtemeters in slechts 5 km. We hoopten dat de 32 bochten zouden helpen om tot een fietsbaar gemiddeld percentage te komen, maar de weg bestaat alleen uit stenen waarmee die kans
snel verkeken is. We lopen bijna alles, op de top kijken we terug op de ergste klim die we ooit hebben gezien. Son Kul is nu dichtbij, de rest van de klim is goed te doen. De wolken pakken dichter
op elkaar en op deze hoogte wordt het daarmee nogal kil als we in de buurt komen van het meest gefotografeerde meer in Kirgizië. We zijn er niet meteen door overweldigd, we kunnen nauwelijks iets
zien als gevolg van het weer. In een klein yurt kamp met slechts 4 tenten worden we ontvangen door een zeer verbaasde familie. Een tandem hebben ze hier nog nooit gezien, maar een rondje rijden,
ja dat willen ze wel. Onze yurt heeft zelfs een kachel en nog beter: ze hebben een warme douche. De dochter des huizes giet steeds opnieuw onze koppen vol en lacht ons uit als we
een paar woordjes Kirgiz proberen te spreken. Bij zonsondergang begrijpen we eindelijk wat men zegt over dit meer, de lucht kleurt gloeiend roze en het vee op de voorgrond geeft de foto's de diepte
de we eerder niet konden zien. De nacht is koud omdat we zo dom zijn de familie te zeggen dat de kachel in onze yurt niet aanhoeft, zelfs in onze dikke donsslaapzakken liggen we te rillen.
Naar Bishkek
We verlaten Son Kul via een oude mijnweg. Een surrealistisch uitzicht met roestige achtergelaten werktuigen en half afgegraven hellingen. We dalen af en passeren Chaek om door een kloof
richting Kizil Oy te gaan. De temperatuur stijgt tot boven de 45 graden en er zijn hier geen bomen om ons enige schaduw te bieden. De weg is verschrikkelijk, het water in onze flessen is
van "lauwe pis" overgegaan naar hete thee, alleen het zakje ontbreekt nog. Mark vertoont verschijnselen van oververhitting. We stoppen onder een eenzame boom om onze opties te heroverwegen,
zullen we hier blijven zitten tot zonsondergang? Gelukkig zien we een kleine begraafplaats, dit betekent meestal dat het dorp binnen 1 of 2 km wel zal komen. We proberen het voor de laatste
keer en eindigen in het dorp net voor we smelten. Wij zouden een moord doen voor een koel drankje, dat is hier natuurlijk niet, maar de lokale winkel heeft iets wat niet kookt waar we ons
gelukkig mee wanen. Verblijven in dit dorp betekent dat je gebruikt maakt van verblijf bij de lokale bevolking (Community Based tourism, CBT's zijn heel populair en goed georganiseerd in
Kirgizië, je kunt er prima van op aan) en de plaatselijke 'VVV' zal ons vertellen welk huis aan de beurt is om gasten te ontvangen. Onze familie heeft een nogal groot en net geschilderd huis,
waar we meteen worden geïnstalleerd voor de gebruikelijke thee. Het lukt ons niet goed om contact met ze te krijgen, maar als we een setje Delfts blauwe klompjes uit Nederland aanbieden komen ze
los. We worden overladen met lekker dingen en zelfs een voorraad zelfgemaakte bosbessenjam gaat in onze handige tubes voor onderweg. We willen niet opnieuw smelten, dus na een luie ochtend waarin
we het dorp bekijken gaan we aan het eind van de middag nog een kort stukje rijden om weer in de bergen te komen. We voelen dat de benen de afgelopen weken flink zijn verbeterd en we gaan nu goed.
Net voor donker halen we Suusamyr waar we bij een vriendelijk bejaard stel onderdak vinden. We krijgen een douche (emmer water), warme maaltijd en mooi traditioneel bed. Het leven is simpel maar erg gezellig hier!
Naar Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië komen is vrij eenvoudig vanaf hier, volg het gravelpad en op de hoofdweg van Bishkek naar Osh de juiste richting kiezen.
Alleen moeten we nog even een tunnel door, die aan het eind ligt van de laatste klim richting Bishkek. Maar hoe ver is het naar de ingang? Niemand lijkt in staat om het ons te vertellen,
de antwoorden variëren van 2 tot 20 km. De klim is steil, de vrachtwagens geladen met stenen of andere zware spullen gaan zo langzaam dat het haast mogelijk lijkt om ze vast te pakken. Onze
fietscomputer lijdt ook, gaan we echt maar 4 km / uur? Het goede nieuws is dat het asfalt goed is en de klim ontworpen is voor de vrachtwagens. Onze gesterkte benen volbrengen de klim in
slechts een paar uur. Op een hoogte van 3100 meter kruist de tunnel de berg en is de klim voltooid, maar het ergste komt nog. De tunnel is 3 km lang, donker en heeft een zeer slecht of
eigenlijk geen ventilatie systeem. Zullen we het overleven? Met hoofdlamp als achterlicht en op hoop van zegen rijden we de tunnel in. De eerste meters zijn eng, maar al snel merken we dat
de weg naar beneden loopt in de tunnel, zodat we niets hoeven te doen, alleen maar zitten en wachten tot het einde. Het duurt gelukkig maar 10 minuten voor we aan de andere kant aan het begin
staan van de échte afdaling. De volgende 60 km gaat naar beneden, te beginnen met enkele zeer steile haarspeldbochten. Wij doen haasje over met een paar vrachtauto's omdat onze schijfremmen
bijna krom trekken. Ze zijn gloeiend rood en we kunnen het ze niet kwalijk nemen. Dan volgt het meer geleidelijke deel van de afdaling, we rijden 30 km met een gemiddeld percentage van 3% omlaag
en ook nog asfalt. Dit moet de hemel voor fietsers zijn? We kunnen zonder handen (geen bochten in de weg) of voeten rijden, dus des te meer tijd om te genieten van wat we tot nu toe hebben meegemaakt.
De laatste nacht voor Bishkek brengen we door in een DDR-stijl 'hotel', omdat het gebied te dichtbevolkt wordt om wild te kamperen. De weg naar Bishkek is recht en vlak, maar ook heel erg druk. Slechts een paar uur fietsen is
over van onze route, die ons veel meer heeft gebracht dan we hadden van tevoren hadden durven dromen. Het bereiken van Bishkek voelt alsof we nog weken door kunnen gaan, maar het vreemde geluid
dat de fiets maakt de laatste tijd blijkt te bestaan uit een scheur in de aansluiting van de achterdrager op het frame aan de andere kant. We zijn blij dat we er zijn. Wat we nooit verwacht hadden
is dat deze twee landen meer ontspannen en veilig (voor zover wij hebben ervaren) bleken te zijn dan alle andere die we eerder bezochten. Gastvrijheid zit diep geworteld en zelfs op de drukste markt
van Centraal-Azië toonde niemand enig teken ons af te willen zetten of erger. Dankzij het zeer lage aantal toeristen en de lange geschiedenis van reizigers op de Zijderoute, is reizen hier niets
anders dan een heel bijzondere en onvergetelijke ervaring!
Foto-album
Natuurlijk zijn er ook mooie foto's te vinden in het
fotoboek.
  
Route
De informatie over de  
route is helemaal gereed. Met afstanden, snelheden en hoogteprofielen. Daarnaast is de exacte route die we hebben gereden beschikbaar met behulp van de GPS-logs die we hebben gemaakt.