Syrië en Jordanië - 2010   -   Verslag en foto's
Syrïe en Jordanië zijn onze nieuwe Oosterse ontdekkingen. In oktober en november 2010 fietsten we hier van Aleppo in Syrië naar Amman in Jordanië.
Tijdreizen in de woestijn – met of zonder fiets naar Syrië?
Het is net Lego; de restanten van huizen, tempels en hele steden uit de Byzantijnse tijd (zo'n 1500 jaar geleden) liggen quasi nonchalant op een grote hoop langs de weg en her en der staan stenen opgestapeld tot iets herkenbaars. Je zou ze zo weer in elkaar willen zetten. Er zijn in Syrië zoveel van deze archeologische vindplaatsen dat ze niet eens allemaal bekend zijn en al zeker niet in onze reisgids vermeld worden. Niemand lijkt zich er om te bekommeren, meestal staan er olijfbomen in geplant en staan de stenen eigenlijk een beetje in de weg zelfs. Een oude man gebruikt een groot blok als zitplaats als hij uitrust van het oogsten van de olijven. Meestal vooral vrouwenwerk, maar in dit geval zien we een hele familie druk in de weer. Er liggen kleden rondom een boom op de grond en met een harkje worden de olijven 'geplukt'. De kostbare vruchten gaan in grote balen later naar de markt. We fietsen rustig over de slingerende wegen en zien her en der families in de weer. De meesten zijn zo hard aan het werk dat ze ons niet eens opmerken. Als we even stoppen om zelf ook uit te rusten van het constante klimmen en dalen, wordt ons water en koffie aangeboden. Men kijkt een beetje geamuseerd naar onze fiets, maar het werk roept al weer snel. Alleen de spelende kinderen mogen nog een paar woordjes engels oefenen.
Deze ontmoetingen zijn precies de reden dat we Syrië per fiets verkennen. Het land is te groot en deels ook te kaal om lekker te kunnen wandelen. De historische sites liggen echter wel op fietsbare afstanden, dus reizen we langs de belangrijkste opgravingen van Aleppo in het Noorden, via de oude stad van Damascus naar Bosra in het Zuiden en nog even over de grens in Jordanië.
Bij aankomst omlijst de kleurrijke verlichting van de citadel de inwoners van Aleppo die tegen middernacht langs de terrassen in het voetgangersgebied flaneren. Families, ook met kinderen genieten van de koele avond en een kopje Chai (mierzoete arabische thee) al dan niet met de bijbehorende waterpijp. De sfeer is zeer ontspannen. Het gevoel van het Oosten kruipt echt onder onze huid als we de volgende dag in de soukh langs de kraampjes struinen en de oude gebouwen met gewelven en uitgestalde waren bewonderen. De verkopers zijn totaal niet opdringerig. We proberen wat baklava, echt mierzoet en vinden heerlijke kaasbroodjes bij de beste bakker van Aleppo door gewoon te kijken waar de mensen voor het kraampje staan te dringen.
Voor we op weg gaan pakken we zo’n 40 kg bagage op de fiets en in de aanhanger en trekken onze fietsoutfit aan. Mandy draagt een halve lange trainingsbroek en een half-lang, maar wel lekker dun gewaad. Door de bandana die een hoofddoek lijkt ziet ze er redelijk conservatief uit, al hoewel haar blote hals eigenlijk niet kan. Grenzen zijn grenzen. Het levert gelukkig positieve reacties op. Je kunt in Syrië met alle enigszins bedekkende kleding prima uit de voeten. En fietsoutfit zoals Mark draagt is ook acceptabel, al zul je er geen Syriër mee aantreffen natuurlijk.
Als we Aleppo uitrijden is het landschap meteen vrij kaal en dor. Je zou het ook 'vrij uitzicht' kunnen noemen. Alle bezienswaardigheden zijn strategisch op uitzichtpunten gebouwd. Dat betekent dus meteen klimmen naar St Simeon, waar we de resten van een enorme kathedraal in een bijzondere gelijkarmige kruisvorm bewonderen. Iets verder naar het zuiden liggen de Dode Steden, Byzantijnse restanten waar nooit verder op gebouwd is. Onze tent staat letterlijk binnen de vier muren van iets dat ooit een huis was. Het is al zo goed als donker als we aankomen en verder is hier niemand te zien. We maken er snel een thuis van met een instant outdoor maaltijd en zien de lichtjes in de verte van de moderne bebouwing. De GPS wijst ons de volgende dagen mooie kleine weggetjes voor onze route richting het Zuiden. De bebouwing is vrij eentonig, een of twee verdiepingen in de lokale steensoort en bijbehorende beige kleur.
Wat opvalt is dat de rijkdom sterk verschilt en vooral dat er regelmatig veel afval op straat en in de berm is te vinden. Plastic vergaat te langzaam voor de 'vooruitgang' die hier plaats vindt. Niemand maakt zich er overigens druk om. Als we bij een familie worden uitgenodigd voor de thee en de kinderen lekker van een snoepje smikkelen, kijkt men er niet van op dat ze de papiertjes demonstratief op straat gooien. Wij proberen het goede voorbeeld te geven door ons afval netjes naar een 'prullenbak' te brengen, maar dat lijkt hier niet echt zinvol. De straatvegers halen het blijkbaar op, maar komen dus niet overal. Als we na een flink stuk te hebben gereden een blikje fris halen, komt de eigenaar van de winkel meteen twee plastic stoelen brengen, want op het stoepje zitten is blijkbaar een belediging. Hij straalt van trots als zijn twee vrouwen en stuk of 8 kinderen tevoorschijn komen. De oudste meisjes spreken een beetje Engels en willen dat maar al te graag oefenen. Als we wegrijden horen we de hele schare roepen: Bye Mandy Bye Mark en zwaaien we tot we het dorp echt allang niet meer zien.
Zonder thee geen gastvrijheid, maar voor zaken heb je toch echt Arabische koffie nodig. Welke deal je dan ook wilt sluiten, je kunt er pas van op aan dat het goed komt als je een kopje Arabische koffie krijgt aangeboden. De kruidige smaak is minder bitter dan onze koffie, maar meestal wordt thee geschonken in hele kleine glaasjes en met veel suiker. Ideaal als opkikker na een flink eind fietsen over de gortdroge woestijnwegen. Chai (thee) krijgen we al meteen op de eerste fietsdag aangeboden als we onderweg water kopen bij een winkeltje. De hele familie, meest mannen maar ook de vrouw des huizes, komt ons begroeten en met handen en voeten verloopt het gesprek. Precies zoals je van te voren hoort dat het gaat, maar ervaren is toch vele malen interessanter. Er wordt ons van alles aangeboden, maar na een appel en een banaan en nog meer thee houden we het toch maar voor gezien. De klompjes en foto’s uit Nederland zijn ook hier een geslaagd cadeautje en maken het nog moeilijker weer op de fiets te stappen, want eigenlijk moeten we toch echt vanavond blijven logeren.
Het gebrek aan water is zo aan het eind van de zomer duidelijk te zien. De rivieren die we tegenkomen staan heel laag en het meeste land wordt niet of nauwelijks bewerkt. Onderweg zien we veel olijfbomen, vooral in de meer bergachtige gebieden. Zodra we de bergen verlaten en aan de rand van de woestijn komen zijn er alleen nog stenen, stenen en nog eens stenen om ons heen.
In Hamah, de stad van de beroemde waterwielen, staat de Orontes rivier nog extra laag om restauratie van de wielen mogelijk te maken. Wel jammer dat ze daarom niet draaien, want dat geeft een ijzingwekkend geluid. Als echte civiele ingenieurs bestuderen we de bouw van de raden en de aquaducten, die niet alleen bij westerse toeristen maar ook bij veel Syriërs een geliefde foto-achtergrond vormen. In Palmyra, ruim 200 km de woestijn in, is het watertekort nog veel duidelijker. Vroeger waren hier 40 natuurlijke bronnen die de oase van water voorzagen. Tegenwoordig is het er nog nauwelijks een en wordt al het water via leidingen aangevoerd van grote diepte. Ongelofelijk om te bedenken dat hier in die enorme stad 40000 mensen woonden of meer. De afmetingen zijn er wel naar, een Romeinse weg van ruim 2 kilometer met traditionele zuilen ziet er nog indrukwekkend uit, ondanks de vele aardbevingen die hier plaatsvonden. De tempel van Baal zag in de afgelopen 2000 jaar diverse goden voorbij komen, beginnend bij de zonnegoden. In de reliëfs uit de Romeinse tijd figureren de gladiatoren en de krijgsheren naast de elegante vrouwfiguren. Eerlijk gezegd hebben wij niet zoveel geduld of interesse in de kunsthistorie als de meestal Italiaanse tourgroepen, die rustig een half uur naar een geïllustreerde steen kijken. Wij vermaken ons liever met het bekijken van de bouwkunst. Het is vooral leuk om je voor te stellen hoe hier 2000 jaar geleden mensen woonden, werkten, aten en slapen. De karrensporen zijn in de stenen uitgesleten.
De fiets is in Syrië toch een beetje een uitzonderlijk vervoermiddel. We zien vooral veel motoren, waar je ook best met de hele familie op kunt. Dichter bij de grotere steden, zoals Hamah, Homs en natuurlijk Damascus is het verkeer echt veel drukker, soms rijden we over een complete snelweg. Dit kan eigenlijk niet de bedoeling zijn, maar de parallel gelegen secundaire weg wordt nu eenmaal zomaar ineens doorkruist door de snelweg (zonder viaduct of tunnel en met middenberm). Ook ander langzaam verkeer heeft hier last van, dus tot overmaat van ramp komen we zelfs tractoren en motors tegen die tegen de richting op de vluchtstrook rijden. De GPS is ideaal voor het vinden van rustigere routes en biedt ook prima uitweg in de steden. Het voorbereidende werk thuis met Google Earth werpt zijn vruchten af. Op alle wegen en in elk dorpje zegt letterlijk bijna iedereen ons gedag. Mark groet zich helemaal suf naar alle mannen en kort het zeer gewaarde Salam Aleikum steeds vaker af tot gewoon Salam omdat zijn tong er anders over struikelt bij het hoge tempo dat hij aan moet houden. Mandy groet de vrouwen, maar daar zijn er op straat veel minder van. De motorrijders blijven hangen voor een praatje of maken foto’s van ons met hun telefoon. Heel soms vinden ze ons zo leuk dat ze niet meer weggaan en steeds maar weer van alles vragen. Om gek van te worden. Ons Arabisch is nul, dus we leren snel La! te zeggen, dat is nee en ook de Arabische Ga weg! Blijkt handig zijn. Gelukkig houden ze het meestal wel voor gezien als de benzine opraakt of wij toch niet zoveel terug blijken te zeggen.
De Romeinse weg van Apamea staat er niet in natuurlijk, maar is echt prachtig. We komen met laagstaande zon aan en de zuilengalerij is aan een kant helemaal heropgebouwd met de originele zuilen. In totaal is de oude weg 1.8 km (!) lang. We fietsen er overheen alsof de tijd sinds het begin van de jaartelling heeft stil gestaan. Gelukkig kunnen we onze tent bij de bewakers opzetten, waar we na een zelf gekookte maaltijd uitgenodigd worden voor de thee. Alle standaard vragen komen boven met ook nog hoevéél vrouwen Mark heeft, hoe zijn vrouw heet, wat ze voor werk doet en of ze een beetje schoonmaakt thuis. Mandy denkt er het hare van. Dat we thuis geen schapen en geiten hebben brengt ons wat meewarige blikken, maar gelukkig maken de twee auto’s die voor de deur staan alles in een keer weer goed.
De volgende dag hebben we al na 400 m een lekke band, dus vervangen we de binnenband en rijden daarna een vreemde route omdat we van het gps spoor afwijken. Dat bezorgt ons flink wat klimwerk dwars door het boerenland, want denk niet dat Syrië een vlak land is. Richting het fort van Crac des Chevalier, gebouwd door de kruisvaarders, is een serieuze klim te noemen. Ook de klim naar Maáloula is niet mis, maar daar staan dan bovenop ook een klooster en kerk van bijna 2000 jaar oud te wachten en gelukkig ook een luxe hotel met een warme douche.
Irritaties
Fietsers en honden zijn voor velen een bekende slechte combinatie, zo ook hier in Syrië. Veel straathonden in de dorpjes en volledig verwilderde troepen in het buitengebied. Op een tandem willen ze altijd de achterste hebben, dus Mandy schrikt zich elke keer rot als er ineens weer wild geblaf te horen is. De voorraad stenen die we meeslepen tijdens het rijden wordt elke dag een beetje groter. Hoewel het de honden meestal wel enigszins op afstand houdt, moet je natuurlijk wel raak kunnen gooien. Het zou bijna een sport worden als het niet zo irritant zou zijn. Stoppen helpt wel, dan vallen ze niet meer echt aan, maar zo komen we natuurlijk geen meter verder. Het moet wel een fietsvakantie blijven. Dan maar een sprintje trekken, dan verliezen ze uiteindelijk meestal wel interesse of zijn ze in ieder geval eerder moe dan wij. Net goed.
Moreel verwerpelijker vinden we het als we stenen toegegooid krijgen van kinderen in de dorpjes. Dat lijkt misschien een spelletje dat de verveling verbreekt, zoveel gebeurt er nu ook weer niet in de meeste dorpen, maar wij vinden het toch echt niet nodig. Zijn we soms in Palestijns gebied? Wij voelen ons er niet prettig bij, het zijn maar kinderen, maar dit zijn geen kinderspelletjes. Boos worden helpt wel, ze schieten snel weg, bang voor een kennelijk gebruikelijk pak slaag. Het gaat ons na verloop van tijd wel tegenstaan, echt een welkom gevoel geeft het ons niet. Het is in zo'n contrast met de rest van de bevolking, die overwegend extreem gastvrij en vriendelijk is. Het geeft ons een gespleten gevoel.
Kip Shawarma
Het hoogtepunt van Syrië is voor ons de oude stad van Damascus. Vooral de 1400 jaar oude Grote Moskee is een oase van rust en bezinning. In de soukh eten we een ijsje bij een van de oudste ijsmakers van de stad en slaan we boodschappen in voor het laatste stuk van onze reis. Als avondmaal is de Kip Shawarma onze favoriet; gegrilde kip met brood, augurken in het zuur en knoflooksaus. Je koopt ze in het hele land overal op straat en zijn duidelijk het populairste eten. We mengen ons tot wederzijds plezier graag onder de lokalen door bij deze tentjes eten te halen.
De langste fietsdag maken we tussen Damascus en Bosra, het zuidelijkste punt van onze reis in Syrië. Het is al donker als we vlakbij het beroemde amfitheater het veel te luxe hotel betreden. De laatste 5 kilometer waren donker, onverhard en met vele honden om ons heen. Eenmaal in het hotel zijn we zoals altijd met de tandem weer een hele verschijning, maar hier voelen we ons een beetje ongemakkelijk in onze fietsoutfit. De volgende ochtend heel vroeg is het theater spectaculair. De Romeinen bouwden een perfecte akoestiek, de Arabieren versterkten het met een fort, waardoor het door de eeuwen heen zeer goed bewaard is gebleven. In gedachten reizen we door de tijd en zien de toneelvoorstellingen die hier plaatsvonden levendig voor ons. Zou het over 1500 jaar ook zo gaan in de Amsterdam Arena?
Met of zonder fiets?
Zonder twijfel is Syrië zeer geschikt voor het reizen in de tijd. In het theater van Bosra, de moskeeën en soukhs van Damascus en Aleppo en de Romeinse en Byzantijnse steden is de historie intensief te beleven. De woestijn en de bergen wisselden elkaar af op onze kronkelende noord-zuidroute langs deze goed bewaarde sites. Maar of wij nog een keer onze fiets mee zouden nemen? Dat waarschijnlijk niet. Het landschap is overwegend toch wel wat eentonig en dat in combinatie met honden en rondvliegende stenen en de soms wel heel drukke autowegen maakt het land wat ons betreft beter geschikt voor een auto- of busreis. Maar rijdt dan niet die kleine winkeltjes voorbij waar je de uitnodiging voor een kopje thee zeker niet moet afslaan.
De feiten
Syrië was eind 2010 een zeer veilig land om doorheen te reizen. De mensen zijn meestal zeer gastvrij, maar wij hadden wel wat last van stenen gooiende kinderen, vooral in het zuiden. Misdaad bestaat nauwelijks en je kunt ook rustig winkelen zonder lastig te worden gevallen.
De wegen in Syrië zijn goed geasfalteerd, maar soms wel druk bereden. Liften is mogelijk als het nodig is, maar officieel niet toegestaan. Taxi’s zijn er ook voldoende. In de bergen vind je stevige klimmen, in de woestijn is het vlakker maar veel minder aantrekkelijk om te fietsen. De temperatuur is in het voor- en najaar zeer aangenaam. De zomers zijn erg warm en de winters kunnen nog aardig koud zijn.
Overnachten kan nabij alle toeristische sites in vrij luxe en niet al te goedkope hotels. Campings zijn er niet en wild kamperen kan wel maar je moet rekening houden met vele dorpjes verspreid door het land.